Het eeuwige leven 

Volgens de Amerikaanse historicus en wetenschappelijk auteur Dr. Michael Shermer, is er een natuurkundige reden dat we niet oneindig kunnen leven. Allereerst is het volgens Shermer volgens de wetten van de thermodynamica onmogelijk omdat alles, en dus ook het universum, uiteindelijk vergaat en we dan dus zouden opgaan in een verzengende hitte. Maar daarnaast is het volgens de wetten van natuurlijke selectie die de evolutie drijven zo, dat we op den duur simpelweg geen functie meer hebben. Als we nakomelingen hebben geproduceerd en grootgebracht, zodat zij ook weer nakomelingen kunnen produceren en grootbrengen, zijn we overbodig geworden in het menselijk ecosysteem. Een vreemde, maar wetenschappelijke manier om hiernaar te kijken.

Wat mij als life coach intrigeert is meer de psychologische kant van het verhaal. Stel dat we het eeuwige leven zouden hebben. Of iets meer begrijpbaar, 200 jaar zouden worden. Welke gevolgen zou dat hebben voor ons als mensen? Welke waarden zouden dan belangrijk gaan worden in ons leven? Als mid-50er ben ik op een leeftijd gekomen dat ik me regelmatig besef dat dit leven eindig is. Ik hoop nog lang aanwezig te zijn, maar realiseer me dat het niet vanzelfsprekend is. Dat doet iets met je mind-set. Ik ben bijvoorbeeld veel minder dan vroeger bezig met wat anderen van me denken, ik ben dus ook veel minder bezig met status of macht. Ik ben veel selectiever in de keuze van mijn vrienden, ik ben heel erg bezig te proberen van elke moment te genieten (niet het doel maar de reis is belangrijk) en ik probeer, in tegenstelling tot 10-20 jaar geleden, heel goed voor mezelf te zorgen. Ik wil immers nog zo lang mogelijk optimaal van dit lichaam en brein genieten. Al deze waarden en prioriteiten komen dan mogelijk in een heel ander daglicht te staan.  

Als we 125 jaar langer zouden leven dan nu het geval is (ervan uit gaande dat dit dan ook in goede gezondheid is), worden de ontwikkelingsstadia die nu bij een bepaalde leeftijd horen dan uitgerekt over die 200 jaar? Kom je dan op je 30ste uit de pubertijd? De pubertijd is bij uitstek de periode dat veel persoonlijkheidskenmerken zich manifesteren en het karakter begint te rijpen. Maar de periode na de pubertijd, de adolescentie, is ook de periode dat veel stoornissen zich ontwikkelen of manifesteren, psychopathie, narcisme, bipolaire stoornis, grootheidswaan (schizofrenie). Van veel dictators en wereldleiders is de veronderstelling dat zij lijden (of leden) aan een stoornis en dat dit hen juist ook zo charismatisch en succesvol maakt.

Als de periode van het rijpen van het brein meer wordt uitgerekt en op latere leeftijd plaatsvindt wanneer het lichaam al veel verder in ontwikkeling is, wat doet dit dan met de eerdergenoemde stoornissen of karaktereigenschappen? Zou dat betekenen dat er geen pesterijen meer zijn op scholen? Dat jonge meisjes minder last hebben van eetproblemen? Dat er minder jonge mensen zelfmoordpogingen ondernemen? Dat er geen huftergedrag in het verkeer door heethoofdige macho’s meer bestaat. Het concept bingedrinken van piepjonge mensen misschien zelfs zal verdwijnen. Dat er misschien zelfs minder oorlogen ontstaan? Als ik erover na begin te denken word ik al duizelig van alle nieuwe inzichten en gedachten. Ik draaf een beetje door nu. Voorlopig hou ik het toch nog maar even bij het huidige concept en ga ik iets moois maken van de komende 25 jaar!